Nieuws over Kannerse soldaten in Eerste Wereldoorlog

Toen we in 2010 een tentoonstelling hielden over de Eerste Wereldoorlog waren wij verbaasd dat wij zoveel namen vonden van jongens uit Kanne, die als soldaat aan de Eerste Wereldoorlog deelnamen[i]. Toen wij in 2015  de oefening nog eens overdeden voor de tentoonstelling van alle Riemstse dorpen in die oorlog vonden wij naast de 82 namen van 2010 nog eens 10 nieuwe namen[ii]. Zelfs nu komt er extra informatie. Zo kregen wij van Erik Mengels, een verre nakomeling van Winand Mengels, onze Kannerse geschiedschrijver, digitaal een aantal fiches van het Rode Kruis. Het betrof een aantal soldaten die tijdens de oorlog in een ziekenhuis van het Belgische leger hadden verbleven. Hij had gezocht op het domicilie van de soldaten (Canne-Kanne) en vond er 12 namen, waarvan er twee ons niet bekend waren: waren het misschien rijkswachters of douaniers, die tijdelijk in Kanne hun domicilie hadden?

Hier volgt een eerste lijstje met enige informatie:    

Mathieu Gaspard Hubert Daemen ° Kanne 26-1-1898 +Antwerpen 8-4-1936.

Hij was zoon van Gaspard Daemen (koster) en Marie Bettonville en woonde op de hoek van de Bakkerstraat en de Bovenstraat.
Hij vluchtte als 17-jarige in de loop van november 1915 uit Kanne.  In Maastricht meldde hij zich bij het Belgisch consulaat aan op 27 november 1915 en op 14 december 1915 was hij al in zijn opleidingskamp in Auvours. Waarschijnlijk had hij de klassieke route gevolgd via Vlissingen en Engeland en vandaar naar het niet-bezette Frankrijk. Na bijna vijf maanden opleiding werd hij op 7 mei 1915 in het 6e Linie-regiment 7e compagnie geplaatst. Daar stond hij in voor de telegrafische verbindingen. Aan het front raakte hij op 16 maart 1917 gewond en hij heeft toen iets meer dan een maand achter de frontlinie verbleven. Op 18 maart 1917 kwam hij bij het Rode Kruis in Porte de Gravelines (Calais) en 1 dag later ging hij verder naar het hospitaal van Recques (Pas-de-Calais). Op 1 maart 1918 werd hij op de dagorder vermeld voor zijn moed en doodsverachting tijdens een vijandelijke aanval op zijn loopgraaf op 14 februari 1918. Hij bleef in het leger tot eind augustus 1919.
Geestelijk is hij veel langer met de oorlog bezig gebleven. Hij kon geen rust meer vinden en is op 8 april 1936 in Antwerpen in de Schelde verdronken.

Mathieu Daemen (1898-1936)

Gerard Huidts °Kanne 04-04-1893 +Luik 17-09-1974

Hij was de zoon van Nicolas Hubert Huidts en Ida Vrijens. Hij woonde met zijn twee broers (Boer en Breur) in de Oudeweg. Zij waren ooms van o.a. Jean Schiepers-Murrer, Itty Jennekens-Schiepers en Lieke Swinnen-Offermans.
Als soldaat-milicien werd hij op 1 augustus 1914 opgeroepen voor de lichting 1913. Hij kwam terecht in het 14e Linieregiment. Hij werd op 1 februari 1915 geëvacueerd naar het militair hospitaal voor verwonding. Hij was dus 5 maanden aan het front. Op 9 februari 1915 kwam hij aan bij het Casino in Calais en verliet dat een maand later. Na een maand keerde hij terug uit het ziekenhuis. Hij werkte daarna in het depot van de artillerie in Le Havre. Vanaf 1 mei 1915 tot 14 september 1917 zat hij in een bevoorradingscompagnie  in het kamp van Audruicq in Pas- de-Calais. Op 14 december 1917 werd hij weer opgenomen, nu bij het Rode Kruis in Porte de Gravelines. Hij bleef er tot 22 december. In zijn aanvragen vermeldde hij dat hij twee frontstrepen had gekregen.  Hij werd voor 30% invalide verklaard.
Na de oorlog werd hij veldwachter in Kanne.


[i] P.Vrijens, Kanne in de ban van de Eerste Wereldoorlog, 2010, 52 blz.

[ii] T. Beusen en P. Vrijens (red.) Aan Mijn Geachte Familie. 500 Riemstse soldaten in de Groote Oorlog, 273 p.