Paniek in Nederlands kamp bij huis Poswick

Op 19 augustus 1914 stuurt de opperbevelhebber van het Nederlandse leger een vraag naar de garnizoenscommandant van Maastricht om meer inlichtingen over de gebeurtenissen in Neercanne. Blijkbaar waren een aantal soldaten van de grenswacht gevlucht voor de Duitse troepen. Zij vluchtten om de rondvliegende kogels te ontwijken.

Wij hebben een aantal kopiën uit het Nationaal Archief in Den Den Haag ontvangen van Raymond Gaveel.

De garnizoenscommandant is nog in de nacht van 18 op 19 augustus rond 24 u. ter plaatse poolshoogte gaan nemen. Hij schrijft dat hij het gedrag van zijn soldaten wel kan begrijpen maar hij heeft toch korporaal Triebart en landweerman Hardy een straf gegeven.
Bovendien heeft de commandant de Duitse consul in Maastricht op de hoogte gebracht. Die zou de Etappencommandant in Aken van het incident vertellen en dan zou er een onderzoek naar de gebeurtenissen gebeuren.

Het gaat volgens het verslag om de grenspost op de kruising van de weg van Kanne naar Vroenhoven en van Kanne naar Maastricht. Het gaat dus 100% zeker om de grenspost aan de kapel van Neercanne (de recht doorlopende weg van het huis van Barthels richting Nederlandse douanepost bestond nog niet) . De grens wordt gevormd door de ommuring van “Hertenwei” in de Kapelstaat en de weg naar Vroenhoven. Op de foto, die uit de Eerste Wereldoorlog stamt, is de muur met de deur duidelijk te zien.

In de muur is de poort te zien waarlangs de Nederlandse soldaten in hun eigen land zich in veiligheid kunnen brengen

Van 21.15 u. tot 21.50 u. marcheerde een bataljon Duitse infanterie met 8 mitrailleurs van Neercanne naar Vroenhoven om zo verder te trekken in de richting van Hasselt. Volgens de Maastrichtse commandant waren er twee stukken weg die deels Belgisch en deels Nederlands waren. Reserve 1e luitenant Buwalda had de doortrekkende Duitse troepen gesommeerd op Belgisch gebied te blijven. Dat gebeurde ook. Een uur later, alles was toen weer rustig, om 22.45 u., kwam een “bagagekonvooi” met bescherming van de infanterie voorbij de Nederlandse grenspost. Burgemeester Poswick beschrijft deze episode als volgt: ” Tegen half elf ’s avonds bevond ik mij op de weg tegenover mijn woning. Ik zag zeer duidelijk twee Duitse luitenants de hand geven aan luitenant Buwalda van de Hollandse Landweer…Op hetzelfde ogenblik weerklonken drie fluitsignalen en van de laatste wagen der colonne viel een geweerschot. Onmiddellijk schoot een van de Duitse luitenants zijn revolver af in de richting van mijn woning. Ik sta erop te verklaren dat dit alles geschiedde zonder de minste uitdaging van wie ook. Dit was het signaal voor een algemeen geweersalvo. Met enige inwoners verschool ik mij eerst achter de kapel, vervolgens achter het huis Erkens, waar wij enige tijd plat ter aarde bleven liggen; vandaar begaf ik mij naar het Hollands grondgebied waar ik mij bij de grenswacht vervoegde. Daarna ging ik naar het kasteel van mijn vader… Renier Lemmens van Kanne begeleidde mij. Lemmens stelde mij voor zich naar mijn huis te begeven. Hij vond er, zei hij mij, alles gesloten en tevergeefs riep hij mijn vrouw. Ik ging toen zelf naar huis en vond dat de vensters van de keuken stukgeslagen waren. Ik zag bloedsporen en weldra bevond ik mij, o hemel, voor het lijk van mijn arme vrouw en bij mijn vriend Derriks, wiens borst doorboord was door een bajonetsteek. Hij overleefde nog anderhalf uur zijn wonden. De echtgenote van mijn vriend, zijn zuster, de dienstboden en de kinderen waren, zo werd mij gezegd, in de woning op het ogenblik van de moord.” (P.Vrijens en M.Gijbels, Kanne in de ban van de Eerste Wereldoorlog, 2e druk, 2021, p.10)

Geleidelijk kwamen de vier gevluchte Nederlandse manschappen terug naar de grenspost. Twee hunner moesten toen hun geweer nog zoeken! Daar kwam intussen ook de compagniecommandant kapitein Brusse aan, aan wie Buwalda verslag uitbracht van de gebeurtenissen op die 18e augustus 1914.: Eerst vonden er een tiental schoten plaats en dan een algemeen salvo. De schoten gingen alle richtingen uit ook in de richting van de Nederlandse grenswachters. Uiteraard zorgden zij voor hun eigen veiligheid maar korporaal Triebart en landweerman Hardy vluchtten een eind weg en lieten hun geweren achter.

Pastoor Langenhoff van Kanne met Buwalda en zijn vijf manschappen

Passage uit het verslag

Bij de Nederlanders deden toen een aantal fake-berichten de ronde. Zo had de kapitein van de marechaussee Schreuder vernomen dat er een 500-tal Belgen van plan waren Nederland binnen te dringen om daar de spoorwegen onklaar te maken. Reserve 1e luitenant Buwalda dacht dat de schoten afkomstig waren van een vuurgevecht tussen de 500 Belgen en de Duitse troepen. Zelf had Buwalda de beschikking over een korporaal en vijf manschappen. Een ervan had hij met een bericht naar Maastricht gestuurd. Ook bij de Duitse troepen was er sprake van zenuwachtigheid en blijkbaar vuurden zij er zo op los!
Iets later hoorde Buwalda een Duitse officier roepen: “Steek de boel in brand”. Dat wordt bevestigd door de verhalen rond de moord op Anna Poswick-Reggers en Jean Derriks. Uiteindelijk is het vuur niet echt aangeslagen en bleef het huis bewaard. Gelukkig maar want de kindermeid en de 6 kinderen zaten op dat ogenblik in de kelder van het huis.(P.Vrijens en M.Gijbels, Kanne in de ban van de Eerste Wereldoorlog, 2e druk, 2021, p.11-12).

De moord op Anna Poswick-Reggers en Jean Derriks had bijna gezorgd voor een belangrijk internationaal incident!